Jacques Maritain - een humanistische reflectie
Inleiding
Jacques Maritain wordt vaak getypeerd als een middeleeuws denker die “te laat” is geboren. Dat is m.i. maar de halve waarheid. Zijn neothomisme is geen museale heruitgave van Thomas van Aquino, maar een poging om Aristoteles en de scholastiek te gebruiken als taal om de breuklijnen van de twintigste eeuw – totalitarisme, secularisatie, mensenrechten – te doordenken. Precies daarom is zijn werk, en zijn invloed op de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM), nog steeds filosofisch relevant.
Neoscholastiek en neothomisme zijn termen die gebruikt worden om de heropleving van het thomistische en scholastieke denken binnen de Rooms-Katholieke Kerk in de 19e en 20e eeuw te beschrijven (Encycliek Aeterni Patris uit 1879 van Leo XIII) .
Met dank aan de lessen filosofie aan de Universiteit Antwerpen (UA).
1. Neothomisme als politiek project
1.1 Terug naar Thomas – maar niet terug vóór de moderniteit
Maritains morele en politieke filosofie staat expliciet in de aristotelisch-thomistische natuurrechtstraditie. Natuurrecht is voor hem “een orde of dispositie die de menselijke rede kan ontdekken en waaraan de wil zich moet conformeren om te beantwoorden aan de noodzakelijke doelen van de mens”. Daarmee sluit hij aan bij Thomas’ idee dat morele normen in de menselijke natuur “ingeschreven” zijn, maar hij radicaliseert één element: de nadruk op de persoon.
Maritain onderscheidt scherp tussen individu en persoon. Als individu is de mens een deel van het sociale geheel; als persoon is hij een geestelijk geheel, drager van waardigheid en bestemd voor een transcendent doel. De persoon is daarom nooit een louter middel voor de gemeenschap, maar moet als doel op zichzelf gerespecteerd worden. Dit personalisme vormt zijn antwoord op zowel atomistisch liberalisme als totalitaire collectivismen.
1.2 Integraal humanisme
In Humanisme intégral (1936) werkt Maritain uit wat hij “integraal (christelijk) humanisme” noemt. Tegenover seculiere humanismen, die de mens reduceren tot zijn aardse en vaak economische dimensie, stelt hij een humanisme dat de mens tegelijk als historisch-maatschappelijk en als spiritueel wezen serieus neemt.
Integraal humanisme betekent voor Maritain:
- de erkenning dat de mens op aarde zijn menselijke vermogens moet ontplooien (onderwijs, arbeid, cultuur, politiek);
- de erkenning dat deze aardse ontplooiing niet het laatste woord heeft, maar uiteindelijk geordend is op een transcendente bestemming;
- de stelling dat een rechtvaardige politieke orde beide dimensies moet beschermen.
Maritain spreekt in dit verband van een “Nieuwe Christenheid”: geen restauratie van een middeleeuwse eenheidscultuur, maar een democratische, pluralistische samenleving waarin christelijke inspiratie één bron onder vele is, zonder zich met staatsmacht te vereenzelvigen.
2. Natuurrecht, persoon en mensenrechten
2.1 Van natuurrecht naar rechten van de mens
Binnen dit kader verstaat Maritain natuurrecht als morele orde die:
- geworteld is in de eeuwige goddelijke wet,
- door de mens “connaturaal” gekend wordt (via geweten en morele intuïtie),
- historisch steeds duidelijker wordt verwoord.
Omdat de mens een doel heeft - morele en spirituele vervolmaking - heeft hij ook de middelen nodig om dat doel te bereiken. Die middelen zijn wat we “rechten” noemen: aanspraken die noodzakelijk verbonden zijn met de menselijke natuur en haar bestemming.
Zo wordt natuurrecht vertaald in subjectieve rechten: recht op leven, vrijheid van geweten, vereniging, eigendom, deelname aan het gemeenschappelijk leven, enzovoort. Dat deze rechten historisch pas laat worden erkend, is voor Maritain geen bezwaar tegen hun universaliteit; het laat enkel zien dat het morele bewustzijn van de mensheid groeit.
2.2 De mens als persoon in gemeenschap
De personalistische wending heeft een duidelijke politieke pointe. Maritain verwerpt zowel:
- het liberale model waarin de samenleving slechts een contract van zelfstandige individuen is;
- het collectivistische model waarin het individu volledig opgaat in staat of ras, klasse of volk.
Tegenover beide stelt hij het idee van het gemeenschappelijk goed: een goed dat geen optelsom van individuele belangen is, maar de gedeelde levensruimte waarin personen hun roeping kunnen verwezenlijken. De staat bestaat er om dat gemeenschappelijk goed te dienen en om de rechten van personen te beschermen, niet om hen te absorberen.
In deze sleutel moeten we ook zijn steun voor democratie begrijpen: democratie is voor Maritain geen puur procedureel systeem, maar een regime dat de menselijke persoon in haar volledige waardigheid erkent.
3. Maritain en de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens
3.1 Oorlogsjaren: Christianity and Democracy en The Rights of Man and Natural Law
Tijdens zijn ballingschap in de Verenigde Staten publiceert Maritain een reeks politieke werken, waaronder Les droits de l’homme et la loi naturelle (1942) en Christianisme et démocratie (1943). Daarin:
- veroordeelt hij fascisme, nationaalsocialisme en communisme als pseudo-religies die de persoon ondergeschikt maken aan de staat;
- verdedigt hij democratie als politiek vertaalde vrucht van het evangelie;
- betoogt hij dat mensenrechten verankerd zijn in de natuurwet en in de transcendente waardigheid van de persoon.
Deze boeken verbinden expliciet christelijk geloof, natuurrecht en de taal van “rechten van de mens” en werden – mede via zijn colleges en lezingen – wijd verspreid in Europa en Noord-Amerika. Ze vormen de filosofische achtergrond waartegen zijn betrokkenheid bij de voorbereiding van de UVRM moet worden gelezen.
3.2 UNESCO-enquête en “On the Philosophy of Human Rights”
Na de tweede wereldoorlog wordt Maritain Frans ambassadeur bij de Heilige Stoel (1945–1948) en in 1947 vertegenwoordigt hij Frankrijk op de UNESCO-conferentie in Mexico. UNESCO besluit dan een filosofische enquête te houden naar de fundamenten van mensenrechten; Maritain schrijft uit Rome het essay On the Philosophy of Human Rights als bijdrage.
In dat essay formuleert hij zijn bekendste stelling over mensenrechten: verschillende tradities kunnen overeenstemmen over een lijst van rechten, terwijl ze radicaal van mening verschillen over de metafysische grondslag. Hij vertelt de anekdote van een UNESCO-vergadering waarin vertegenwoordigers van tegengestelde ideologieën een lijst van rechten onderschrijven, “op voorwaarde dat niemand ons vraagt waarom”.
Dit leidt tot twee belangrijke ideeën:
- Praktische consensus zonder theoretische consensus. Het is zinloos te wachten op wereldwijde overeenstemming over waarom de mens rechten heeft; maar wel mogelijk en noodzakelijk om het eens te worden over welke rechten praktisch erkend en beschermd moeten worden.
- Historische openheid van mensenrechtendeclaraties. Geen enkele verklaring is definitief; elke lijst van rechten staat in verhouding tot het morele bewustzijn en de beschavingsgraad van haar tijd en moet periodiek worden herzien (spatiotemporele context).
Deze visie belichaamt precies Maritains combinatie van natuurrechtelijk realisme (rechten zijn objectief) met historisch bewustzijn (onze articulatie ervan groeit).
3.3 Human Rights: Comments and Interpretations (1948)
UNESCO bundelt de resultaten van de enquête in de bundel Human Rights: Comments and Interpretations (1948), met bijdragen van onder meer Gandhi, Croce, Teilhard de Chardin en Huxley. De bundel opent met Maritains inleiding en een appendix getiteld “The Grounds of an International Declaration of Human Rights”, waarin hij het theoretische resultaat van de UNESCO-enquête samenvat.
Daar werkt hij zijn idee van praktische unaniemheid verder uit: een internationale verklaring moet de uitdrukking zijn van een gedeeld moreel bewustzijn – “een geloof dat onderhouden moet worden” én een programma van actie. Deze tekst circuleert in precies de periode (1947–1948) waarin de VN-Commissie voor de Rechten van de Mens de UVRM opstelt.
3.4 Indirecte maar reële invloed op de UVRM
Maritain zelf maakte géén deel uit van het officiële redactieteam van de UVRM, dat bestond uit onder anderen Eleanor Roosevelt, René Cassin, Charles Malik, Peng-chun Chang en John Humphrey. Zijn rol was dus niet die van medeauteur, maar van intellectuele katalysator.
Historische studies wijzen erop dat zijn directe rol in de technische redactie van de tekst eerder “marginaal” was; belangrijker waren zijn ontmoetingen en correspondentie met sleutelfiguren zoals Charles Malik, en de manier waarop zijn boeken in hun intellectuele omgeving circuleerden. Ballor en Dimsdale noemen hem daarom een soort “peetvader van het proces” dat tot de UVRM leidde.
Toch is zijn invloed op de inhoud herkenbaar:
- De kernbegrippen van de UVRM - waardigheid van de menselijke persoon, rechten die de persoon als lid van de gemeenschap beschermen - sluiten nauw aan bij Maritains personalisme en zijn afwijzing van zowel individualisme als collectivisme.
- Maritain zelf wees later op de UVRM als schoolvoorbeeld van hoe mensen vanuit zeer verschillende “filosofische en religieuze tradities” praktisch kunnen instemmen met een lijst van rechten.
- In zijn publieke reflecties prees hij de Verklaring als “de voorrede tot een moreel handvest van de beschaafde wereld”.
We kunnen dus zeggen: geen Maritain, geen UVRM is historisch te sterk; maar zonder Maritains taal, netwerk en UNESCO-werk zou de specifieke vorm van de UVRM moeilijk voorstelbaar zijn.
4. Hedendaagse betekenis van Maritains filosofie
Wat blijft er, driekwart eeuw later, van Maritains project over? Zijn relevantie ligt op minstens vier fronten: de filosofische fundering van mensenrechten, het debat over pluralistische democratie, de spanning tussen rechten en plichten, en de ontwikkeling van katholieke sociale leer.
4.1 Mensenrechten tussen universalisme en pluralisme
Maritains idee van “praktische overeenstemming, theoretische onenigheid” anticipeert op wat later in de liberale filosofie “overlappende consensus” zal heten (bijvoorbeeld bij John Rawls) – een overeenkomst op politiek niveau tussen diep verschillende levensbeschouwingen. Critici hebben zelfs opgemerkt dat zijn democratisch pluralisme sterk lijkt op Rawls’ benadering.
In het huidige debat over universele mensenrechten versus cultureel relativisme is dit schema nog steeds vruchtbaar:
- Aan de ene kant houdt Maritain vast aan objectieve, natuurrechtelijke normen; mensenrechten zijn niet louter conventies, maar drukken een reële menselijke natuur en bestemming uit.
- Aan de andere kant erkent hij dat de taal en institutionele vormgeving van die rechten altijd historisch, voorlopig en herzienbaar zijn.
Dat betekent dat we vandaag tegelijk kritisch kunnen zijn op de eurocentrische beperkingen van de UVRM en toch het idee van universele rechten bewaren – precies omdat de lijst niet definitief is, maar uitnodigt tot uitbreiding (denk aan sociale, ecologische en digitale rechten) en tot interculturele dialoog over hun concrete invulling.
4.2 De mens als persoon: tussen individualisme en collectivisme
In hedendaagse discussies over identiteitspolitiek, neoliberale globalisering en nieuwe vormen van (technocratisch) autoritarisme keert een oud probleem terug: staat de individuele vrijheid boven alles, of mag de gemeenschap de persoon verregaand disciplineren?
Maritains personalisme biedt hier een subtiel alternatief:
- De persoon is meer dan een individu: ze vindt zichzelf in relaties, in deelname aan het gemeenschappelijk goed.
- Maar de persoon overstijgt wél elke aardse gemeenschap; de staat mag haar nooit volledig “inlijven”.
Dit model geeft taal om zowel libertaire zelfontplooiingsidealen als autoritaire staatsideologieën te bekritiseren. In de context van de UVRM betekent het dat rechten steeds gelezen moeten worden in relatie tot plichten én tot de sociale structuren die nodig zijn voor menselijke ontplooiing.
Tegelijk wijst Maritain – en dat wordt in recente kritiek op hem benadrukt – op de gevaren van een louter formeel pluralisme waarin de inhoudelijke vraag naar waarheid en mensbeeld wordt verdrongen. Sommigen vrezen dat zijn model van consensus uiteindelijk toch een bepaalde liberale cultuur vooronderstelt. Dit maakt zijn werk juist interessant als gesprekspartner voor huidige debatten over “post-liberale” politiek.
4.3 Rechten én plichten
Een tweede actuele lijn is Maritains nadruk op de intrinsieke samenhang van rechten en plichten. Rechten zijn voor hem niet primair claim-instrumenten, maar de juridische en politieke schaduwkant van morele plichten en van de menselijke bestemming.
In een tijd waarin veel auteurs waarschuwen voor “rechteninflatie” en het verdwijnen van verantwoordelijkheidstaal -– een zorg die ook in hedendaagse analyses van de UVRM terugkeert - herinnert Maritain eraan dat:
- rechten steeds georiënteerd zijn op het goede leven van personen en gemeenschappen;
- het recht op X tegelijk een plicht van allen impliceert om X voor elkaar mogelijk te maken.
Die gedachte voedt vandaag discussies over sociale rechtvaardigheid (arbeidsrechten, armoede, migratie), maar ook over globale thema’s als klimaatverandering, waar individuele rechten en collectieve verantwoordelijkheden botsen.
4.4 Invloed op katholieke sociale leer en christendemocratie
Historisch heeft Maritain diepgaande invloed gehad op de sociale leer van de katholieke kerk. De Stanford Encyclopedia en andere studies wijzen erop dat zijn christelijk humanisme en personalisme zichtbaar zijn in de encyclieken van Paulus VI en in het denken van Johannes Paulus II. Paus Paulus VI grijpt in Populorum progressio expliciet terug op Maritains idee van een “volledig humanisme”.
Daarnaast is zijn politieke theorie een belangrijke inspiratiebron geweest voor de Europese en Latijns-Amerikaanse christendemocratische bewegingen, die sociaal-christelijke waarden proberen te verbinden met parlementaire democratie en sociale markteconomie. Dat deze bewegingen vandaag zelf onder druk staan – tussen populisme en technocratie – maakt een herlezing van Maritain des te relevanter.
4.5 Kritische noten
Het zou onfilosofisch zijn Maritains actualiteit te bezingen zonder zijn zwakke punten te erkennen. In de secundaire literatuur keren onder meer de volgende kritiekpunten terug:
- Zijn beroep op “connaturale” kennis van de natuurwet is epistemologisch problematisch: het is onduidelijk hoe zulke kennis onderscheiden kan worden van culturele vooroordelen.
- Zijn theorie pendelt tussen een sterk theologisch gefundeerd natuurrecht (geworteld in de eeuwige wet) en een meer filosofisch-antropologische verankering, wat spanning oproept in seculiere context.
- Zijn model van overlappende consensus zou, volgens sommige critici, impliciet toch het liberale paradigma vooronderstellen dat hij zelf niet volledig deelt.
Juist deze spanningen maken zijn werk m.i. vruchtbaar als gesprekspartner voor hedendaagse filosofen: ze dwingen om opnieuw te vragen of en hoe “natuur”, “persoon” en “waardigheid” nog overtuigende categorieën kunnen zijn in een pluralistische, vaak post-metafysische cultuur.
5. Slot: Maritain tussen verleden en toekomst
Samenvattend kan men zeggen dat Jacques Maritain vandaag betekenisvol is op drie niveaus:
- Historisch-normatief: Hij is een sleutelfiguur in de overgang van klassieke natuurrechtstaal naar het moderne discours van mensenrechten. Zijn geschriften – vooral Humanisme intégral, The Rights of Man and Natural Law en Christianity and Democracy – vormden een intellectuele matrix voor de UVRM, via zijn werk bij UNESCO en zijn invloed op figuren als Charles Malik en René Cassin.
- Filosofisch: Hij biedt een consistente poging om een realistisch, teleologisch mensbeeld te verbinden met democratie, pluralisme en een rechtensysteem dat de persoon centraal stelt. Zijn onderscheid tussen persoon en individu, zijn begrip van het gemeenschappelijk goed en zijn idee van praktische consensus blijven krachtige instrumenten om hedendaagse politieke en juridische vraagstukken te analyseren.
- Theologisch-politiek: Binnen de christelijke traditie laat Maritain zien hoe geloof niet vlucht in een private sfeer, maar publieke structuren kan doordenken zonder ze te sacraliseren. Hij is tegelijk criticus van een puur seculier humanisme en van een politiek integralisme dat religie tot staatsideologie maakt.
Wie vandaag de toekomst van de UVRM en van het mensenrechtenproject wil doordenken – bedreigd door relativisme, (technocratisch) autoritarisme en instrumentalisering van “rechten” – kan bij Maritain geen kant-en-klaar antwoord halen. Maar zijn werk levert iets misschien belangrijkers: een conceptueel kader waarin we tegelijk kunnen vasthouden aan de objectieve waardigheid van de mens, openstaan voor pluraliteit van overtuigingen, en erkennen dat geen enkele verklaring, hoe universeel ook, het laatste woord heeft over wat de mens toekomt. Dat maakt zijn neothomistische filosofie minder tot een nostalgische terugblik dan tot een uitnodiging om opnieuw te vragen wat “integraal” mens-zijn vandaag betekent.
Bronnen (selectie)
Jacques Maritain (Stanford Encyclopedia of Philosophy)
Jacques Maritain Center (University of Notre Dame
About Jacques Maritain (Jacques Maritain Center, University of Notre Dame)
Human rights and natural law (UNESCO Courier)
Christian Contributions to the Universal Declaration of Human Rights (8 Dec. 2023)
Jacques Maritain - Naar aanleiding van zijn zeventigste verjaardag (18 Nov. 1952) door Th. de Jong
Universal Declaration of Human Rights (UDHR)
Bird, O., Evans, J., & O'Sullivan, R. (1996). Integral humanism, freedom in the modern world, and a letter on independence.
Maritain, J. (2000). Humanisme intégral: problèmes temporels et spirituels d'une nouvelle chrétienté.
Pallares-Yabur, P. (2023). Exploring Jacques Maritain's Role in the Drafting Process of the Universal Declaration of Human Rights. A Review of His Presence in Charles Malik's Archival Aaterials. Persona & Derecho, 88, 29.
Reacties
Een reactie posten